Behandelingen

Kindertandheelkunde

Hoe moet ik mijn kind voorbereiden op een afspraak?

U kunt uw kind het beste voorbereiden door gewoon in uw eigen woorden te vertellen wat de tandarts gaat doen. Voor die voorbereidende uitleg gelden een paar algemene principes. Als u die aanhoudt voorkomt u veel nodeloze spanningen bij uw kind.
1. Vertel wat er gaat gebeuren en laat weg wat er (nog) niet gebeurt.
2. Kies zelf het tijdstip waarop u het bezoek aan de tandarts aankondigt.
3. Als u iets niet weet, zeg dat gewoon en stel voor het aan de tandarts te vragen.
4. Beloof geen kadootjes vooraf.

1. Vertel wat er gaat gebeuren en laat weg wat er (nog) niet gebeurt.
Kinderen verdienen een eerlijke uitleg. Ze hebben recht om te weten wat ze gaan meemaken. Het eerste doel is dat het kind zich op zijn/haar gemak voelt. Bij alle nieuwe dingen wil uw kind eigenlijk weten of het veilig is. Als ze van tevoren horen wat er gaat gebeuren, zullen ze het er lang niet altijd mee eens zijn. Ze willen niet of ze zijn bang voor het onbekende. Dat is niet erg.

Ze moeten ook leren dat iets waar is, gewoon omdat u zegt dat het zo is. Maar aan de andere kant, we hoeven ze ook niet nodeloos zenuwachtig te maken. Als een kind gewoon nieuwsgierig is naar wat er gaat gebeuren en het wordt dan bedolven onder toevoegingen dat iets geen pijn doet of niet eng is, dan bestaat de kans dat ze juist daardoor nerveus worden. Er worden dan dingen naar voren gehaald die helemaal niet nodig waren. Mocht een onderdeel eng of pijnlijk zijn, dan zal de tandarts dat zeker zelf vertellen. Hij moet tenslotte ook eerlijk zijn!

2. Kies zelf het tijdstip waarop u het bezoek aan de tandarts aankondigt.
Het ene kind is van tevoren veel zenuwachtiger dan het andere. U kunt dat zelf het beste inschatten, omdat u het ongetwijfeld al talloze keren heeft meegemaakt. Soms heeft een kind een week nodig om zich voor te bereiden, terwijl u horendol wordt van alle vragen die ze kunnen verzinnen. Aan de andere kant moeten sommigen het echt pas een uurtje van tevoren horen omdat ze letterlijk ziek van angst kunnen zijn.

3. Als u iets niet weet, zeg dat gewoon en stel voor het aan de tandarts te vragen.
Kinderen leren van de informatie die ze krijgen. En als ze meer willen weten vragen ze erom. Soms vragen ze meer dan u weet of meer dan u wilt zeggen. Dat kan gebeuren als uw kind vraagt of boren pijn doet. Stel u ziet zelf tegen de tandarts op of heeft tien jaar geleden een nare boorervaring gehad? Wat kunt u dan zeggen? Vertelt u wat u zelf heeft meegemaakt? U kunt er dan ook voor kiezen om te zeggen dat zoiets voor iedereen verschillend is. Of u stelt voor het samen aan de tandarts te vragen. Beantwoord vragen rustig en terloops.

4. Beloof geen kadootjes vooraf
Als uw kind erg zenuwachtig is, kunt u het eerst geruststellen en eventueel later pas een beloning geven als het afgelopen is. Als u eerst een kadootje belooft, werkt dat niet geruststellend. Het kind kan tot de conclusie komen dat er iets ergs staat te gebeuren, juist omdat er vooraf al wat beloofd wordt. Iets beloven van tevoren stelt uw kind bepaald niet gerust en achteraf moet u in elk geval uw belofte houden anders zal het als straf ervaren worden.

 

Het Bange Kind

Mijn kind is heel bang, wat moet ik doen?

Vooral niet teveel. Heel vaak denken ouders dat er van tevoren heel veel moet gebeuren, maar vaak is het omgekeerde waar. Kinderen kunnen door allerlei oorzaken bang zijn voor de tandarts. Bij hun verdere behandeling zijn ze vooral gebaat bij rust en een overzichtelijke behandeling die niet nodeloos wordt uitgesteld. Tijdens de behandeling is het vooral een taak voor de tandarts om de onderdelen rustig aan te kondigen of uit te leggen. De tandarts zal uiteindelijk moeten zeggen wat hij doet en doen wat hij zegt. Dat geeft uiteindelijk een vaste structuur aan de behandeling en helpt kinderen om te wennen aan de tandarts. Van tevoren kunt u die rust geven door te herhalen wat de tandarts heeft verteld (zoals de eerste keer: alleen praten en kijken) en met de onderstaande punten terdege rekening te houden.

  • Beloof niets wat u of de tandarts niet waar kan maken. Bange of zenuwachtige kinderen proberen allerhande toezeggingen los te krijgen (Gaat hij niets doen? Krijg ik geen prik?). Het kan heel goed zijn dat die dingen inderdaad niet gaan gebeuren, maar het is lang niet zeker en eenmaal beloofd kan zo’n belofte de tandarts ernstig frustreren als hij daadwerkelijk wil behandelen.
  • Stel de afspraken niet nodeloos uit. Als een kind echt bang is voor de tandarts zal het van alles proberen om er onderuit te komen. Sommige kinderen zijn vooraf zelfs letterlijk doodziek. In zo’n geval is uitstel maar een tijdelijke oplossing.
  • Maak uw kind niet in de war. Spreek vooraf goed met de tandarts door wat er moet gebeuren, wat u zelf zegt en wat u aan de tandarts overlaat. Anders loopt u het risico dat u verschillende dingen zegt en dat maakt uw kind onrustig. Het zal er alleen maar zenuwachtiger van worden.

Behandeling van kinderen is geen eenmanszaak. Juist de begeleiding van kinderen tijdens een tandheelkundige behandeling is een taak voor een groep mensen. Dat zijn vaak de tandartsassistente , de preventieassistente en de mondhygiëniste. De assistente kan uw kind extra steun geven terwijl de tandarts aan het werk is om een kies voorzichtig te verdoven. Juist dan is het heel noodzakelijk als het kind een beetje extra steun krijgt van iemand die zich volledig kan concentreren op het kind en tegelijk precies weet hoe lang de behandeling nog duurt. De assistente is een belangrijke schakel als het aankomt op het vertalen van de behandeling naar uw kind.

De preventieassistente en de mondhygiëniste vormen een belangrijke schakel voor de regelmatige tandheelkundige zorg van uw kind. Onderzoek geeft aan dat kinderen die al op jonge leeftijd gaatjes krijgen of bang zijn voor de tandarts een verhoogde kans op nieuwe gaatjes lopen. Regelmatig onderhoud, controle op voeding en tandenpoetsen is dan aangewezen. Juist die zaken kunnen door de tandarts beter gedelegeerd worden.

Als de tandarts de behandeling niet alleen afkan, bestaat de mogelijkheid dat hij een beroep doet op de anesthesioloog of de kinderpsycholoog.

Na de Behandeling

Prijzen, steunen en belonen. Vertel dat het goed gegaan is (ook al was u misschien helemaal niet zo tevreden over uw kind), geef een beloning (als de tandarts dat al niet gedaan heeft) en bewonder het werk dat uw kind heeft laten doen (ook al ziet u niet precies wat er gebeurd is). Hiermee steunt u het kind en bevestigt dat het echt een prestatie geleverd heeft. Ook als de behandeling een belasting was voor uw kind wil het graag horen dat het goed zijn best heeft gedaan.

“Zuigflescariës, wolf in schaapskleding”Kinderen1
Zuigflescariës is een fenomeen dat de laatste vijftien jaar de kop op steekt. Deze vorm van cariës ontwikkelt zich kort na de doorbraak van de boventanden bij peuters en kleuters en breidt zich daarna verder uit in de volgorde van doorbraak van de overige gebitselementen.
Zuigflescariës is meestal het gevolg van het geven van zoete vloeisf in een zuigfles, op een leeftijd dat het kind eigenlijk al uit een bekertje zou moeten drinken. De zuigfles als ‘zoethouder’; als oplossing voor een kind dat te veel huilt en bij wijze van troost een flesje sap mee naar bed krijgt. Wat kan het voor kwaad?De schrijvers van dit boek maken de lezers op heldere wijze duidelijk dat dit wel degelijk kwaad kan. Verschillende aspecten van zuigflescariës komen aan de orde. Hoe kunnen we het herkennen? Wat zijn de oorzaken? Hoe kan het voorkomen worden? En wat is er nog aan te doen als de zuigflescariës eenmaal een feit is? Ingegaan wordt op het gebruik van vulmaterialen als composieten en glas-ionomeercementen. De uitgave wordt afgesloten met een aantal praktijkgevallen.

‘Zuigflescariës’ is geschreven voor tandartsen, mondhygiënisten, consultatiebureau-artsen én ouders van jonge kinderen. De auteurs van dit boek zijn deskundigen op het gebied van de kindertandheelkunde en verbonden aan ACTA, het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam.

“Ik Breek Door”Kinderen2
Wanneer breken de eerste tanden door? Op welk moment moet mijn kind voor het eerst naar de tandarts? Is tandbederf erfelijk? Wat te doen als je bang bent voor de tandarts? Er leven bij de ouders talloze van dit soort vragen over de ontwikkeling van het gebit van hun kind.In “Ik breek door” worden veel van deze vragen beantwoord. In het eerste deel wordt de ontwikkeling van het kindergebit op een vlotte en herkenbare wijze beschreven. Vanaf het moment dat de tanden in aanleg tijdens de zwangerschap gevormd worden, via het doorbreken van de melktanden en het wisselen naar het definitieve gebit tot de landerigheid van de puber die zijn eigen gebit moet verzorgen. Veel aandacht wordt besteed aan de zorg die ouders aan het gebit van hun kind kunnen besteden, zodat het gaaf blijft.

In het tweede deel wordt aan de hand van trefwoorden uitvoerig ingegaan op alles wat te maken heeft met het kindergebit en de verzorging en behandeling daarvan door de tandarts. Wat is een geboortetand, wat is sealen, wanneer moet een orthodontist ingrijpen, wat te doen bij een kapotte tand?

“Ik breek door” is geschreven door drie ervaren tandartsen die vele jaren routine in de kindertandheelkunde gebundeld hebben in een levendig boek, dat rechtstreeks uit de praktijk geschreven is voor de geïnteresseerde ouder.

 

Het melkgebit

In de kleine mond van een kind passen geen volwassen tanden. Daarom krijgt een kind eerst een melkgebit. Een volledig melkgebit bestaat uit twaalf tanden en acht kiezen. Behalve om te bijten en te kauwen is het gebit ook belangrijk voor het spreken en slikken. Het melkgebit beïnvloedt de ontwikkeling van het gezicht en de kaken. Bovendien speelt het een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het blijvend gebit.

Wat is de invloed van eten en drinken op het melkgebit?
In vrijwel al ons eten en drinken zitten suikers en zetmeel. Die kunnen schadelijk zijn voor het gebit. Dat geldt vooral voor kleverig snoepgoed. Bacteriën zetten suikers in de mond om in zuren. Die zuren tasten het gebit aan. Gelukkig heeft speeksel een beschermende werking. Het neutraliseert de zuurinwerking op het gebit. Maar daar is wel tijd voor nodig. Beperk daarom het aantal eet- en drinkmomenten van uw kind tot maximaal zeven per dag. Drie keer een maaltijd en maximaal vier keer per dag een tussendoortje. Geef uw kind liever hartige dan zoete dingen. Probeer uw zoon of dochter niet aan zoetigheid te laten wennen en voeg aan voedsel en dranken geen suiker toe. Geef de voorkeur aan suikervervangers die in lightproducten zitten, maar bedenk dat in lightdranken ook zuren zitten.

Waarom kan mijn kind beter een beker gebruiken in plaats van een flesje?
Sabbelen aan een zuigflesje met bijvoorbeeld vruchtensap, siroop, drinkyoghurt en andere melkproducten kan het gebit aantasten. Omdat het gebit langdurig met suikers in aanraking komt, is er een grote kans op het ontstaan van zogenoemde zuigflescariës. ’s Nachts kan het speeksel de zuuraanvallen op het gebit vrijwel niet herstellen. ’s Avonds en ’s nachts is een zuigflesje dus extra schadelijk. Laat uw kind vanaf negen maanden uit een beker drinken in plaats vanuit een zuigflesje.

Zijn duimen of het gebruik van een speen schadelijk voor het melkgebit?
Zuigen is een natuurlijke, instinctmatige behoefte van een kind. Kinderen zuigen graag op hun duim of op een speen. Meestal levert dit geen problemen op voor het melkgebit. Pas als de eerste snijtanden van het blijvend gebit doorbreken, kan duimen schadelijk zijn. Dan kan uw kind de boventanden van het blijvend gebit en de kaak naar voren duwen. Probeer het duim- of speenzuigen van uw kind voor die tijd af te leren. Geef bijvoorbeeld iets in handen of leid uw kind overdag af. Een speen kunt u natuurlijk gemakkelijk weghalen. Een kind stopt zijn duim sneller en vaker in de mond dan een speen. Daarom leert een kind het gebruik van een speen meestal gemakkelijker af. Zijn er problemen? Vraag uw tandarts om advies. Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw tandarts of mondhygiënist.

Wanneer krijgen kinderen hun melktanden en -kiezen?
De leeftijd waarop kinderen hun tandjes krijgen verschilt sterk per kind. Doorgaans breekt de eerste melktand door tussen de zes en negen maanden. De laatste melkkies verschijnt in de regel tussen de 24 en 30 maanden.

Meestal breken zowel de tanden van het melkgebit als die van het blijvend gebit volgens een bepaald patroon door (zie tekening). Een kind wisselt tussen zijn zesde en twaalfde jaar zijn melkgebit voor zijn blijvend gebit. En er komen ook nieuwe kiezen bij. Rond het zesde levensjaar breekt achter de laatste melkkies een nieuwe, blijvende kies door. Daarachter volgt rond het twaalfde jaar nog eens een kies. Het blijvend gebit bestaat uit twaalf tanden en zestien kiezen en heeft dus tweemaal zoveel kiezen als het melkgebit. De verstandskiezen zijn hierbij niet meegerekend. Die breken vaak op latere leeftijd door.

Moet je een melkgebit goed verzorgen?
Een kind wisselt vanzelf zijn melkgebit voor het blijvend gebit. Je zou zeggen dat het daarom niet nodig is een melkgebit goed te verzorgen. Niets is minder waar. Een slechte verzorging kan gaatjes en tandvleesontsteking veroorzaken. Dit kan pijn doen, waardoor uw kind slechter eet, zich niet lekker voelt of moeilijk kan slapen. Sowieso zien tanden met gaatjes er vaak onverzorgd uit. Een slechte verzorging van het melkgebit kan ook het blijvend gebit beïnvloeden. Dat gebeurt bijvoorbeeld als melktanden of kiezen zijn getrokken. De tanden in het blijvend gebit kunnen elkaar dan verdringen of scheef komen te staan.

Hoe kan ik het gebit van mijn kind goed poetsen?
Om tandbederf en ontstoken tandvlees bij uw kind te voorkomen, is het belangrijk dat u de tanden van uw kind goed poetst. Besteed bij het reinigen van het gebit aandacht aan alle kanten ervan. Denk daarbij aan de drie B’s: Binnenkant, Buitenkant en Bovenkant. Om de bovenkant te poetsen moet de mond ver open. De vlakken aan de binnen- en buitenkant zijn gemakkelijker te bereiken als de mond half open is.

Poets de tanden zodra de eerste tandjes zijn doorgebroken één keer per dag met fluoride-peutertandpasta. Fluoride is een natuurlijke stof die de tanden en kiezen minder kwetsbaar maakt voor zuuraanvallen van bacteriën. Het gebruik van de juiste hoeveelheden fluoride helpt zo gaatjes in tanden en kiezen voorkomen. De hoeveelheid fluoride in fluoride-peutertandpasta is aangepast aan het gebruik door kleine kinderen. In tandpasta voor volwassenen zit meer fluoride. Deze kunt u gebruiken bij kinderen vanaf vijf jaar.

  • Gebruik een peutertandenborstel. Dit kleine borsteltje komt gemakkelijk bij alle tanden en kiezen;
  • Bij kinderen tot twee jaar is het voldoende als u de tanden één keer per dag poetst. Poets de tanden van kinderen vanaf twee jaar twee keer per dag;
  • Maak uw kind op speelse wijze met tandenpoetsen vertrouwd. Zo kunt u voorkomen dat uw kind tandenpoetsen vervelend gaat vinden. Beschouw het begin als een gewenningsfase. In die periode is de aanwezigheid van fluoride in de mond belangrijker dan dat u overal met de borstel komt. Wil uw kind niet dat zijn tanden worden gepoetst? Raadpleeg dan uw tandarts of mondhygiënist voor aanvullend advies;
  • Poets de puntjes van de nieuwe tanden die doorbreken meteen mee. Dat geldt zowel voor het melkgebit als voor het blijvend gebit. Het glazuur van net doorgebroken tanden en kiezen is nog niet sterk. Ze zijn dus extra gevoelig voor het krijgen van gaatjes;
  • De eerste blijvende kies breekt achter in het melkgebit door. Omdat deze lager staat, wordt de kies vaak niet opgemerkt. Poets deze kies óók goed;
  • Stimuleer kinderen vanaf twee jaar om ook zelf hun tanden te poetsen. Daarmee wordt het een gewoonte. Poets de tanden wel na, want uw kind kan het zelf nog niet goed genoeg. Blijf uw kind napoetsen totdat het ongeveer tien jaar oud is. Een goede positie daarbij is dat u achter uw kind gaat staan of zitten. Draai uw kind met het hoofd richting het licht, zodat u goed in de mond van uw kind kunt kijken;
  • Via de schrobmethode poetst u het kindergebit eenvoudig en efficiënt. Hierbij worden korte horizontale overlappende bewegingen gemaakt. Eventueel kunt u een elektrische tandenborstel gebruiken;
  • Ga vanaf twee jaar met uw kind naar de tandarts.

 

Wisselen: van melkgebit naar blijvend gebit

Behandeling bij het wisselen

Gaatjes in het melkgebit
De tandarts zal meestal voorkomen dat een gaatje in het melkgebit groter wordt. Dat kan hij doen door de cariës te verwijderen (boren) en de kies te vullen. Soms is het gaatje zo klein dat de aantasting niet verder gaat als u zelf het gebit goed verzorgt. In dat geval kan hij van boren en vullen afzien. De tandarts zal u dan een passend advies geven over voeding en poetsen. Als een tand of een kies snel gaat wisselen, doet de tandarts doorgaans niets. Soms is de schade aan de tand of kies zo groot dat herstel niet meer mogelijk is. Dan is verwijdering van de tand of kies meestal de beste oplossing.

Het is om verschillende redenen belangrijk dat een gaatje (cariës) in een melkkies of -tand niet groter wordt:

  • Een gaatje kan leiden tot pijn en ontstekingen;
  • De melkkies moet nog een tijd functioneren om ruimte vrij te houden voor de kies van het blijvend gebit;
  • Een ontsteking in het melkgebit kan het blijvend gebit aantasten.

Sealen
Bij zowel melkkiezen als blijvende kiezen zitten veel groefjes op het kauwvlak. Daarin ontstaat gemakkelijk tandplak. Niet regelmatig verwijderde plak kan gaatjes veroorzaken. Goed poetsen dus. Om het kauwvlak goed te beschermen, kan de tandarts een laagje ‘kunsthars’ (sealant) aanbrengen. Dit heet ‘sealen’. Diepe groeven kan uw tandarts door het sealen afdichten. Alleen de blijvende kiezen komen normaal gesproken in aanmerking om te sealen. Dit gebeurt meestal kort nadat de blijvende kiezen helemaal zijn doorgebroken. De tandarts zal alleen sealen als hij verwacht dat er gaatjes in de groefjes ontstaan. Ook gesealde kiezen moeten goed worden gepoetst.

Extra fluoride
Als er in korte tijd gaatjes dreigen te ontstaan, kan de tandarts een fluoridebehandeling geven. Hij brengt dan extra fluoride aan met een vloeistof of gel in een lepel. Of de tandarts raadt een extra poetsmoment aan om de kans op gaatjes te verkleinen. Ook adviseert hij wel eens te spoelen met fluoridevloeistof. Vaak adviseert hij om na het poetsen de tandpasta uit te spugen en niet na te spoelen met water. Daardoor wordt de beschermende werking van fluoride verlengd. Plakverwijdering blijft echter de basis van de gebitsverzorging.

Kaaskiezen
Kaaskiezen zijn kiezen met plekken waarvan het glazuur minder hard is. Deze plekken zijn herkenbaar aan de geelbruine verkleuringen. Meestal treden ze op bij de eerste grote kiezen (zie foto’s). De afwijking kan zich beperken tot enkele plekjes, maar ook kan een heel vlak worden aangetast. In kaaskiezen ontstaan vaak gaatjes. Ook kunnen ze snel afbrokkelen door slijtage. Ze zijn vaak gevoelig voor koud en warm en ook zoetigheid doet vaak zeer. Kinderen met kaaskiezen vermijden daarom wel vaker zoetigheden. Denkt u dat uw kind last heeft van kaaskiezen? Neem dan contact op met uw tandarts.

Wat te doen bij een ongeval?
Door een ongeval kan een tand uitvallen of beschadigen. Neem in zulke situaties direct contact op met uw tandarts. Zoek zo snel mogelijk alle losse stukjes of de complete tand op en ga ermee naar de tandarts. Plaats een uitgevallen melktand nóóit terug. Daarmee kunt u de nieuwe blijvende tand beschadigen. Houd een uitgevallen tand of een afgebroken stuk tand vochtig, het liefst met melk. Geen melk binnen bereik? Bewaar de tand of het tanddeel dan los in de mond van de ouder/verzorger, bij voorkeur in de ruimte tussen de kiezen en de wang.

Fluoride-basisadvies

0 en 1 jaar
Vanaf het doorbreken van de eerste tandjes: eenmaal per dag poetsen met fluoridepeutertandpasta.

2, 3 en 4 jaar
Tweemaal per dag poetsen met fluoridepeutertandpasta.

5 jaar en ouder
Tweemaal per dag poetsen met fluoridetandpasta voor volwassenen. Er zijn ook tubes verkrijgbaar waarop staat ‘juniortandpasta’. Kijk dan altijd naar de leeftijd die
hierbij wordt aangegeven (bijvoorbeeld 5-12 jaar). Bij twijfel raadpleegt u uw tandarts of mondhygiënist.

Voor alle leeftijden
Raadpleeg voor alle andere vormen van fluoridegebruik uw tandarts of mondhygiënist.

De meeste kinderen wisselen hun tanden vanaf hun zesde jaar. De wisselperiode is een heel belangrijke fase in de ontwikkeling van het blijvend gebit. Het doorbreken van de tanden en kiezen van het blijvend gebit gaat volgens een bepaald patroon (zie tekening). De blijvende tand of kies lost als het ware de wortels van de melktand of -kies op. Hierdoor raakt de melktand of -kies los en valt uit. De blijvende tand of kies komt ervoor in de plaats.

Veel kinderen en ouders merken niet dat de eerste blijvende kiezen doorbreken. Deze breken achter de laatste melkkies door. Hierdoor liggen ze een beetje verscholen. De verzorging van deze kiezen is erg belangrijk. Het glazuur van de pas doorgebroken kies is nog erg poreus en kwetsbaar. Poets de puntjes van de nieuwe kiezen meteen mee zodra ze zijn doorgekomen. Op 11- of 12-jarige leeftijd breken opnieuw blijvende kiezen door. Ook die zijn net na het doorbreken extra gevoelig voor het krijgen van gaatjes. De verstandskiezen zijn de laatste kiezen die doorbreken. Sommige mensen krijgen geen verstandskiezen.

Kinderen3

Als nieuwe kiezen doorkomen, zwelt vaak het tandvlees op. Dat is normaal. Het kan pijn doen, maar u hoeft niet ongerust te zijn.

Verschillen tussen het melkgebit en het blijvend gebit
De snijtanden van het blijvend gebit hebben een kartelrand. Melktanden hebben die niet. De kartelrand bestaat uit drie bobbeltjes op het snijvlak. De karteling verdwijnt in de loop van de tijd door natuurlijke slijtage.

De blijvende tanden en kiezen zijn donkerder en geler van kleur. Het glazuur van de nieuwe tanden en kiezen is sterker dan dat van het melkgebit. Poetsen helpt niet om ze lichter van kleur te krijgen. Soms is het kleurverschil een gevolg van een beschadiging aan de tand of kies tijdens de ontwikkeling. Ook kan het gebruik van medicijnen de oorzaak zijn van kleurverschillen. Is op één tand of kies een opvallend verschil aanwezig? Raadpleeg dan uw tandarts.

Afwijkingen in de ontwikkeling van het gebit
In sommige gevallen verloopt de ontwikkeling van het gebit afwijkend. Uw tandarts ziet dat tijdens de periodieke controle. In overleg met u en uw kind zal uw
tandarts maatregelen nemen. De volgende afwijkende ontwikkelingen vragen om een advies van uw tandarts:

  • Uw kind is bijna acht jaar en wisselt nog niet.
  • Er zitten meer dan zes maanden tussen het wisselen van een tand of kies aan de linker en de rechter kaakhelft.
  • Er komt een nieuwe tand of kies door, maar de melktand of -kies zit nog steeds vast. De nieuwe tand of kies verschijnt dan voor of achter de melktand of -kies.
  • Uw kind heeft een langere tijd pijn bij het wisselen dan zijn leeftijdgenoten.

Let op: een goede mondhygiëne blijft noodzakelijk, ook als tandenpoetsen pijn doet.

Tijdelijk scheve tanden
De tanden van het blijvend gebit kunnen enigszins scheef doorbreken. Soms breken veel tanden tegelijk door. Dan lijkt het net alsof er ‘teveel’ tanden en kiezen in dat kleine mondje zijn gekomen. Dat is niet erg, want de kaak groeit nog even door. Dan komt er dus meer ruimte voor het blijvend gebit. Vaak komt het met de stand van de tanden uiteindelijk vanzelf goed.

Verzorging bij het wisselen

Duimzuigen
Veel peuters zuigen op hun duim, speen of vinger. Sommige kinderen persen hun tong bij het slikken tegen het verhemelte en drukken hem tussen de boven- en ondertanden. Duim- of speenzuigen en tongpersen beïnvloeden de stand van de tanden. Probeer uw kind het zuigen en tongpersen af te leren. Doe dat vóór het doorbreken van de blijvende voortanden. Geef bijvoorbeeld iets in handen of leid uw kind overdag af. Of beloon uw kind als het een bepaalde tijd is gestopt. Krijgt u verkeerde gewoonten niet afgeleerd? Vraag dan uw tandarts om advies.

Poetsen en napoetsen
Meestal willen kinderen al op jonge leeftijd zelf hun tanden poetsen. Dat is prima. Ze doen dit alleen nog niet overal even goed. Poets de tanden bij kinderen totdat ze tien jaar zijn tenminste eenmaal per dag na. Oudere kinderen kunnen meestal zelfstandig poetsen. Ook dan kan het geen kwaad als u af en toe controleert of de tanden en kiezen schoon zijn. Gebruik daarvoor bijvoorbeeld tandplakverklikkers. Dat is een rode kleurstof in tabletvorm die tandplak zichtbaar maakt. U kunt de tabletjes kopen bij de drogist. Levert het (na)poetsen problemen op? Vraag dan advies aan uw tandarts of mondhygiënist.

Let bij het (na)poetsen op het volgende:

  • Poets vanaf vijf jaar tweemaal per dag met fluoridetandpasta voor volwassenen. Er zijn ook tubes verkrijgbaar waarop staat ‘juniortandpasta’. Kijk dan naar de leeftijd die hierbij wordt aangegeven (bijvoorbeeld 5-12 jaar).
  • Gebruik een gewone zachte tandenborstel met een kleine borstelkop. Vervang de borstel als de haartjes niet meer op één lijn staan. Zodra kinderen een tandenborstel kunnen vasthouden, kunnen ze ook elektrisch poetsen.
  • Gebruik een speciaal borsteltje voor de kindermond. Poets in ieder geval één keer per dag na. Als u uw kind (na)poetst, is het van belang dat u goed zicht heeft in de mond en er voldoende steun is voor u en uw kind. Probeer uit welke poetshouding voor u het prettigst is. Ga bijvoorbeeld schuin achter uw kind staan. Als u met uw hand de kin ondersteunt, rust het hoofd tegen uw bovenlichaam. Buig een beetje over uw kind heen, zodat u goed ziet waar u poetst. Of ga voor uw kind staan en laat het met het hoofd bijvoorbeeld tegen de muur rusten. Ondersteun de kin met uw ene hand, terwijl u met de andere poetst. Op deze manier kunt u goed zien waar u poetst.
  • Besteed bij het napoetsen extra aandacht aan de achterste kiezen.
  • Draagt uw kind een beugel die niet uit kan? Besteed dan extra veel aandacht aan het (na)poetsen. Tussen de beugel en de tanden en kiezen blijft namelijk gemakkelijk plak zitten. Vraag uw tandarts of mondhygiënist hoe u het beste kunt (na)poetsen.
  • Gaat het tandvlees ondanks een goede poetstechniek bloeden? Raadpleeg dan uw tandarts of mondhygiënist. Misschien heeft uw kind extra hulpmiddelen nodig.

Eten en drinken
Behalve goed poetsen, napoetsen en controle, is het belangrijk dat u goed op de voeding van uw kind let. Zowel suiker (gaatjes) als zuur (erosie) kunnen het gebit beschadigen. Beperk daarom het aantal eet- en drinkmomenten tot maximaal zeven per dag. Drie keer een maaltijd en maximaal vier keer per dag een tussendoortje. Het gaat niet alleen om hoeveel zure producten uw kind eet en drinkt. Het gaat vooral om hoe vaak, hoe lang, de tijdstippen en de manier waarop dat gebeurt. Tanderosie is slijtage van het tandglazuur door zuurinwerking. Het is een sluipend proces dat niet gemakkelijk te herstellen is.

 

Tandletsel

Wanneer is er sprake van tandletsel?

Als een tand afbreekt, losstaat of uit de mond is, is er sprake van tandletsel. Ga direct met de beschadigde (complete) tand of het stukje van de tand naar de tandarts.

De tand is afgebroken. Wat nu?
Ga met de afgebroken tand direct naar de tandarts. Houd daarbij het tanddeel nat! De tandarts bekijkt of hij het afgebroken stuk kan terugplaatsen. Als terugplaatsing niet mogelijk is, herstelt de tandarts de tand met tandkleurig materiaal (composiet). Als er geen klachten zijn, doet de tandarts aan een afgebroken melktand doorgaans niets. Eventueel slijpt hij de scherpe rand van de tand glad, zodat uw kind de tong niet beschadigt.

De tand staat los. Wat nu?
Niet aankomen of terugduwen. Ga direct naar de tandarts.

De tand is er uit. Wat nu?
Plaats de tand van een blijvend gebit terug in de mond. Hoe sneller u dat doet, hoe groter de kans op succes is. Handel als volgt:

  1. Zoek de tand snel op.
  2. Pak de tand bij de kroon vast. De kroon is het deel van de tand dat boven het tandvlees zichtbaar is. Vermijd contact met de wortel van de tand. Dat maakt de kans op een succesvolle terugplaatsing kleiner. Let op: plaats een uitgevallen melktand nóóit terug. Daarmee kunt u de nieuwe blijvende tand beschadigen.
  3. Spoel de tand af met melk. Geen melk binnen bereik? Laat de patiënt de tand dan schoonlikken of -zuigen. Reinig de tand nóóit met water of reinigingsmiddelen en gebruik evenmin een borsteltje. Dat maakt de kans op een succesvolle terugplaatsing kleiner. Bovendien kan de tand door afspoelen onder de kraan in de afvoer verdwijnen.
  4. Is de tand schoon? Plaats hem dan terug.
  5. Houd vervolgens de tanden op elkaar met ertussen een papieren zakdoekje of een gaasje. Zo blijft de tand het beste op zijn plaats.
  6. Ga direct naar de tandarts. Die zal de teruggeplaatste tand controleren en vastzetten (spalken).

Ik krijg de tand niet teruggezet. Wat moet ik doen?
Leg de tand in de melk. Geen melk binnen bereik? Bewaar de tand dan los in de mond, bij voorkeur in de ruimte tussen de kiezen en de wang. Als de tand langer dan een halfuur droog is geweest, kan hij nauwelijks met succes worden teruggezet. Bewaar de tand dus nooit in een zakdoek of doosje op weg naar de tandarts.

Kan ik gebitsletsel voorkomen?
Gebitsletsel kunt u soms voorkomen. Tijdens het sporten kunt u bijvoorbeeld een gebitsbeschermer dragen. Die biedt geen garantie, maar kan de eventuele schade bij een ongeluk beperken. Er bestaan verschillende soorten beschermers. Kant-en-klare zijn te koop in sportwinkels. Deze passen vaak niet goed en beschermen daarom onvoldoende. Het beste werkt de gebitsbeschermer die precies op maat is gemaakt door uw tandarts.